
■ Profielen
De telefoon heeft verschillende instellingsgroepen, ofwel profielen, die u
voor verschillende gebeurtenissen en omgevingen kunt instellen.
Selecteer
Menu
>
Instellingen
>
Profielen
en vervolgens het gewenste
profiel. Maak uw keuze uit de volgende opties:
Activeer
— om het geselecteerde profiel te activeren.
Aanpassen
— om het profiel aan te passen. Selecteer de instelling die u
wilt wijzigen en breng de gewenste wijzigingen aan.
Als u uw aanwezigheidsgegevens wilt wijzigen, selecteert u
Mijn
aanwezigheid
>
Mijn beschikbaarheid
of
Mijn aanwezigh.bericht
. Het
menu
Mijn aanwezigheid
is beschikbaar als u
Synchronis. met
profielen
>
Aan
selecteert. Zie Mijn aanwezigheid op pagina 60.
Tijdelijk
— om het profiel in te stellen om een bepaalde tijd (maximaal
24 uur) actief te zijn, en om de gewenste eindtijd in te stellen. Wanneer
de ingestelde tijd voor het profiel verstrijkt, wordt het vorige profiel
(waarvoor geen tijd was ingesteld) geactiveerd.
Vluchtmodus
U kunt alle functies die werken op basis van radiofrequenties
uitschakelen, terwijl u toegang blijft houden tot offlinespelletjes, de
agenda en de telefoonnummers. Gebruik de vluchtmodus in omgevingen
die gevoelig zijn voor radiofrequenties, zoals in vliegtuigen en
ziekenhuizen. Als de vluchtmodus actief is, wordt
weergegeven.
Selecteer
Menu
>
Instellingen
>
Profielen
>
Vlucht
>
Activeer
of
Aanpassen
.
U kunt de vluchtmodus uitschakelen door een van de andere profielen te
selecteren.
In de vluchtmodus kunt u wel een alarmnummer bellen. Voer het
alarmnummer in, druk op de beltoets en selecteer
Ja
als de vraag

I n s t e l l i n g e n
68
Vluchtprofiel afsluiten?
wordt weergegeven. Er wordt geprobeerd het
alarmnummer te bellen.
Als de noodoproep wordt beëindigd, gaat de telefoon automatisch over
naar de modus met het algemene profiel.